Voedseldroppings

Operatie Manna en Operatie Chowhound waren de namen van de geallieerde voedseldroppings in april/mei 1945, aan het eind van de Hongerwinter in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Deze voedseldroppings waren noodzakelijk geworden, omdat er vele honderdduizenden Nederlanders in West-Nederland al maandenlang verstoken waren van alle soorten van voedsel, kleding en hulpgoederen.

Na maanden van overleg tussen de geallieerden en de Duitsers werd na de Hongerwinter op 29 april 1945 het Akkoord van Achterveld gesloten, waarmee de voedselhulp toegelaten werd door de Duitsers (Seyss-Inquart).

De Duitsers waren met de geallieerden overeengekomen, dat deze bommenwerpers het voedsel en de noodrantsoenen op geringe hoogte mochten afwerpen. Om er zeker van te zijn dat tijdens deze wapenstilstand uit deze vliegtuigen geen parachutisten werden afgeworpen, verordonneerde het Duitse opperbevel in het geheim de samentrekking van FLAK-afweergeschut. Ook zou de Duitse Sicherheitsdienst steekproeven nemen om vast te stellen of deze afgeworpen zendingen inderdaad voedsel bevatten en geen illegale wapenzendingen.

Operatie Manna was een operatie onder leiding van de Britten, de naam is ontleend aan het Bijbelse manna. De eerste voedseldropping voor hongerend West-Nederland, die 8 dagen duurde, werd uitgevoerd. Hiervoor werden onder andere het 625ste squadron in Scampton (Lincolnshire), het (Australische) 460ste, het 467ste, verder het 100e en het 101ste squadron van de RAF ingezet. Ook het 300e (Poolse) squadron was bij deze droppings aanwezig. In totaal waren er meer dan 30 Engelse squadrons en 11 Bomb Groups van de Amerikaanse luchtmacht bij deze droppings betrokken. Bij de eerste missie vlogen 242 zware bommenwerpers van het type Lancaster naar de Nederlandse kust via een afgesproken corridor. Op 29 april 1945 werd 535 ton aan voedsel door de RAF uitgegooid.


collectie E.scholtenlo


Enkele bommenwerpers werden tijdens deze vluchten toch door de Duitsers met lichte handvuurwapens beschoten. Zij konden evenwel hun pakketten zonder al te veel problemen afwerpen.

In de tussentijd moest ook de 8th Airforce van de USAAF in actie komen. Door slecht weer echter, konden zij pas later aan de operatie meedoen, die zij Operatie Chowhound noemden. Op 1 mei 1945 stegen meer dan 400 Amerikaanse B-17 bommenwerpers op van Engeland richting Nederland. Van nu af werkten de Amerikanen en Britten samen en daardoor verdubbelden zij het aantal voedseldroppings. Hierdoor werd het aantal droppingzones uitgebreid van vijf naar elf.

Na 1 mei 1945 hadden de RAF en de USAAF hun eigen zones. De zones voor de RAF waren: Valkenburg, Duindigt, Ypenburg, Terbregge, Park De Twee Heuvels en Gouda. De USAAF had de volgende zones: Luchthaven Schiphol, Vogelenzang, Bergen, Hilversum en Utrecht. In deze acht dagen werd meer dan 11.000 ton aan goederen afgeworpen boven bezet Nederlands gebied. Bomber Command voerde 3100 sorties uit en de USAAF 2200 sorties. Voor de bevolking was toen het ergste leed geleden, ook al doordat inmiddels veel voedsel per schip kon worden aangevoerd, waaronder broodmeel uit Zweden.Dus het zweedse brood was dus meel wat per schip aangevoerd en door lokale bakkers werden gebakken .

 

LANGS DE LEIDSEVAART BIJ HET CENTEN  BRUGGETJE ( BENNEBROEK ) HEB JE DE SPOORWEG VIADUCT HIER STONDEN VERSCHILLENDE MENSEN OM DE PAKKETTEN OP TE RAPEN DIE GEDROPT WAREN VEEL PAKKETTEN VIELEN OP DE SPOORLIJN EN VIELEN UIT ELKAAR VEEL SPULLEN WERDEN OOK ACHTERGEHOUDEN VOOR DE ZWARTE HANDEL.

UITZICHT OP DE WEILANDEN WAAR DE DROPPING PLAATSVOND

De wikkel van een pakje margarine uit Zweden. Op de wikkel staat o.a.; "Bästa Riksväxt"

collectie E.scholtenlo


Sigaretten werden ook uitgedeeld hier een blikje nog volledig intact  gevonden in een oude schuur in vogelzang

collectie E.scholtenlo

Er werden ook vele blikken uitgeworpen met koffie ,bonen, koekjes, enz,enz

hieronder twee exemplaren daarvan

collectie E.scholtenlo

WORD VERVOLGD KLIK HIER OM TERUG TE KEREN NAAR HET HOOFDMENU